|
Osteopathie |
Osteopathie, de geschiedenis.Osteopathie is eind 19e eeuw in Amerika ontwikkeld door de reguliere arts
Andrew Taylor Still. Zijn inzicht en onderzoek op het gebied van de regulier medische
basiswetenschappen, zoals de bouw van het lichaam (anatomie), de lichaamschemie (fysiologie),
de werking van de zenuwen en hersenen (neurologie) en de ontwikkeling van de ongeboren mens
(embryologie), leidden tot deze behandelmethode. In Amerika en Engeland is osteopathie een regulier medisch beroep. In Nederland valt de
osteopathie (nog) niet onder de wet Beroepen Individuele Gezondheidszorg (BIG), en staat
daarom te boek als “alternatieve geneeswijze”. De inhoud en de organisatie van de
osteopathie is echter gedegen en kwalitatief hoogstaand. Osteopathie, opleiding en organisatie. Een osteopaat heeft een vijfjarige opleiding gevolgd na zijn HBO opleiding in de
gezondheidszorg. Een osteopaat D.O. heeft na deze opleiding wetenschappelijk onderzoek
verricht op het gebied van de osteopathie. Osteopathie en hoe het werkt. Osteopathie gaat uit van de eenheid van het menselijk lichaam. In een gezond lichaam werkt alles optimaal en werkt alles optimaal samen. Alle interne organen (b.v. de lever of de darmen), alle zenuwen, alle bloedvaten, de spieren en gewrichten en de hersenen en zenuwen zorgen samen voor een goede gezondheid. De andere kant van die medaille is dat als er ergens in het lichaam een orgaan niet goed werkt, een ander orgaan hier last van heeft. Hierdoor gaat dit tweede orgaan minder goed werken en ontstaan er klachten.
Dit houdt ook in dat de oorzaak van een lichamelijke klacht niet daar hoeft te liggen waar men
de klacht ervaart. Zo kan een probleem van de nieren rugpijn of nekpijn veroorzaken, een
probleem van de lever hoofdpijn, en een probleem van de middenrifzenuw darmklachten. Osteopathie en het belang van beweeglijkheidBij osteopathie draait alles om beweging. Elk orgaan in het
lichaam heeft een beweeglijkheid ten opzichte zijn omgeving (zijn
"buur" organen), en een beweging van zichzelf (zeg maar vervormbaarheid). Die beweging en
beweeglijkheid heeft hij nodig om gezond te blijven en om goed te functioneren.
Als een orgaan "gefixeerd" raakt, wordt daardoor zijn doorbloeding gestoord. Hierdoor kan hij
zijn werk niet doen en veroorzaakt hij klachten of stoort hij andere organen. Een voorbeeld: Om dit te behandelen hoef je alleen de beweeglijkheid van die organen te herstellen en dat is precies wat een osteopaat doet. Met organen wordt hier overigens niet alleen buik-, borst- en bekkenorganen bedoeld, maar ook het hele bewegingsapparaat en de dynamiek van de schedel. De therapie bestaat uit technieken die met de hand worden uitgevoerd. De organen worden bij wijze van spreken "gemobiliseerd". Het lichaam kan het zelf Als de betrokken organen hun beweeglijkheid weer terug hebben is het lichaam zelf weer in staat orde op zaken te stellen. Feitelijk geneest het lichaam zichzelf. Wij noemen dit het zelfregulerend vermogen; dit is een ander belangrijk uitgangspunt van de osteopathie. Osteopathie werkt om die reden niet met apparaten of medicijnen. Zolang het weefsel van een orgaan niet is veranderd (zoals bijvoorbeeld bij levercirrose) zal dit orgaan (en het lichaam als geheel) altijd streven naar normaal, klachtenvrij functioneren. Dit geeft ook gelijk de beperking aan van osteopathie. Als het weefsel van een orgaan wel is veranderd heeft een behandeling geen, minder of een minder langdurig effect. Gelukkig is er in veel gevallen (nog) geen sprake van weefselverandering. Door te werken met het zelfregulerend vermogen van het lichaam volstaat in de meeste gevallen een bescheiden aantal behandelingen (ongeveer 3 tot 6 behandelingen) dit is wel voor een deel afhankelijk van hoelang een klacht al bestaat. |